Heide

De heide in de Heemtuin is een herinnering aan het vroegere cultuurlandschap van deze streek. Ooit strekte een uitgestrekt heidegebied zich uit van Nijmegen tot aan Plasmolen. De Mookerheide is daar vandaag de dag nog een zichtbaar restant van. Het grootste deel van dit landschap is inmiddels verdwenen doordat het is bebost of in gebruik is genomen als landbouwgrond.

Hoewel heide vaak als pure natuur wordt gezien, is het landschap zoals we dat in Nederland kennen grotendeels door menselijk gebruik ontstaan. Door eeuwenlange houtkap, het weghalen van strooisel en intensieve begrazing verdwenen veel bossen. Op de uitgeputte, voedselarme grond konden maar weinig planten groeien, en juist heideplanten bleken hier goed tegen bestand.

Beheer

Zonder menselijk ingrijpen zou heide op termijn weer veranderen in bos. Heide groeit namelijk op zeer voedselarme bodem. Wanneer organisch materiaal zich ophoopt en voedingsstoffen uit de lucht neerslaan, wordt de bodem geleidelijk rijker. Hierdoor krijgen grassen, struiken en uiteindelijk bomen de kans om zich te vestigen.

Vroeger werd dit proces tegengegaan doordat de heide werd begraasd door schapen en regelmatig werd afgeplagd. De plaggen – stukken bovenste bodemlaag met heide – werden gebruikt in de potstal. Het grazen hield jonge boompjes en grassen kort, waardoor het open heidelandschap behouden bleef.

Heide

In de Heemtuin is begrazing met schapen niet mogelijk. Daarom onderhouden we de heide op een andere manier. Elk jaar plaggen we een sterk vergrast deel van het terrein en verwijderen we jonge boomzaailingen met de hand. Ook halen we ophopend strooisel weg.  Daarnaast maaien we eens in de 10 tot 15 jaar oudere heideplanten om verjonging te stimuleren. Het maaisel wordt uitgespreid op kaal gemaakte stukken zodat de zaden kunnen uitvallen en ontkiemen. Soms plaggen we een klein extra stuk; de plaggen gebruiken we dan weer om de houtwallen aan te vullen.

Door dit beheer proberen we te voorkomen dat de heide langzaam verbost en zijn open karakter verliest.

Planten en dieren op de heide

Tijdens een wandeling over de heide zie je naast heideplanten ook grassen en kruiden, struikbrem en hier en daar een vliegden. Ook bosmuizen, verschillende insecten en spinnen voelen zich hier thuis, waaronder de baldakijnspin.

In de vroege herfst zijn in de ochtenddauw vaak talloze spinnenwebben zichtbaar. Aan het einde van de zomer, wanneer de heide bloeit, trekken de bloemen veel vlinders en andere nectarzoekende insecten aan. Op de heide worden dagvlinders zoals het klein koolwitje, boomblauwtje, kleine vuurvlinder en dagpauwoog aangetroffen. Maar ook dagactieve nachtvlinders zoals de gamma-uil, lieveling, zuringspanner en kleine heidespanner kun je er aantreffen.

Het heiderestant in de Heemtuin is bovendien een belangrijk leefgebied voor twee bijzondere reptielen: de zandhagedis en de hazelworm. Tijdens onderhoudswerk op zonnige ochtenden komen deze dieren soms tevoorschijn. Ook rode bosmieren zijn al jarenlang aanwezig; zij verplaatsen zich regelmatig over de heide op zoek naar een geschikte plek voor hun mierenhoop.

Een waardevol landschap

Hoewel heide ooit is ontstaan door intensief menselijk gebruik van het landschap, heeft dit open terrein zich in de loop van eeuwen ontwikkeld tot een waardevol leefgebied voor veel planten en dieren. De combinatie van zonnige open plekken, schrale bodem en lage struikvegetatie biedt ideale omstandigheden voor soorten die juist afhankelijk zijn van dit type landschap.