Poelen

De Heemtuin heeft meerdere waterbiotopen: een grote poel en twee kleinere poelen bij het Heemhuis. Samen leveren ze een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit van het terrein. Hoewel de grote poel de uitstraling heeft van een natuurlijk water, is het bij de aanleg van de Heemtuin aangelegd om een geschikt leefgebied te bieden aan planten en dieren die kenmerkend zijn voor natte milieus op zandgronden. Dit geldt ook voor de twee poelen bij het Heemhuis.

Bij de inrichting is bewust gekozen voor natuurlijke structuren. Zo hebben de poelen flauw aflopende oevers, waardoor brede overgangszones ontstaan van open water naar moeras en het grasland. Deze variatie maakt het gebied aantrekkelijk voor veel verschillende soorten.

Beheer

Om de ecologische waarde van de poelen te behouden, is regelmatig beheer noodzakelijk. Dit beheer wordt uitgevoerd in samenwerking met de Poelenwerkgroep Heumen, een vrijwilligersgroep die zich inzet voor het onderhoud en herstel van (aangelegde) poelen. Door gericht beheer blijven de poelen helder wat de waterkwaliteit ten goede komt, wordt verlanding tegengegaan en wordt voorkomen dat soorten zoals mattenbies en lisdodde de oever- en watervegetatie gaan domineren.

Naast de grote poel is een broeihoop aangelegd. Deze dient als overwinteringsplek voor onder andere salamanders.

Verschillende zones

Een natuurlijke poel bestaat uit verschillende zones die geleidelijk van diep water naar droog land verlopen. Elke zone heeft zijn eigen planten die zijn aangepast aan de hoeveelheid water en vocht in de bodem.

Ondergedoken zone

Dit is het diepste deel van de poel, waar planten volledig onder water groeien. Deze planten zorgen voor zuurstof in het water en bieden schuilplaatsen voor waterdieren. Typische inheemse soorten zijn aarvederkruid, smalle waterpest en fonteinkruiden.

Drijfbladzone

In deze zone groeien planten die met hun wortels in de bodem verankerd zijn, terwijl hun bladeren op het wateroppervlak drijven. Ze zorgen voor schaduw en bieden beschutting aan amfibieën en insecten. In de poel van de Heemtuin komt veel drijvend fonteinkruid voor, een typische soort uit deze zone.

Moeraszone en vochtig grasland

Langs de oever blijft de bodem vrijwel altijd nat. In deze moeraszone groeien stevige oever- en moerasplanten die belangrijk zijn voor libellen, vogels en amfibieën. Kenmerkende soorten zijn de grote lisdodde, gele lis en watermunt. Iets verder van de waterkant start het vochtig grasland, waar kruidenrijke graslandplanten groeien die houden van een vochtige bodem, maar niet permanent onder water willen staan.

 

Samen vormen deze zones een geleidelijke overgang van water naar land. Deze variatie zorgt voor een grote biodiversiteit en maakt poelen waardevolle leefgebieden voor planten, insecten, amfibieën en vogel.

Flora & Fauna

Bruine kikker en paddensnoer

De poelen zijn een belangrijk leefgebied voor tal van soorten die afhankelijk zijn van schoon, stilstaand water en gevarieerde oeverzones. Amfibieën als de gewone pad, bruine kikker, groene kikker en de kleine watersalamander voelen zich thuis in de Heemtuin. Deze soorten gebruiken de poelen als voortplantingswater en zijn afhankelijk van stilstaande rustige poelen.

Grote keizerlibel

Ook insecten zijn goed vertegenwoordigd. Libellen zoals de grote keizerlibel en de platbuik worden gezien, evenals waterjuffers zoals het lantaarntje. Zij profiteren van de combinatie van open water en beschutte oevervegetatie.

De plantengroei in en rond de poelen is gevarieerd en speelt een belangrijke rol in het ecosysteem. Langs de oevers groeien soorten als gele lis en watermunt. In het water zelf zorgen planten voor zuurstof en schuilplaatsen voor dieren, maar vragen zij ook om zorgvuldig beheer om dichtgroeien te voorkomen.