Een geliefde kerstversiering is hulst. De takjes van de altijdgroene struik met rode bessen vormen de basis van menig kerstbakje en doen het goed op de gedekte tafel voor het kerstdiner.


Hulst wordt veel aangeplant in tuinen, maar het is ook een van nature hier thuishorende soort. Hij kan goed tegen schaduw en groeit in eiken- of beukenbossen. Alleen als hij wat zonniger staat kan hulst uitgroeien tot een boompje.


Dat een struik altijd groen blijft wil niet zeggen dat hij zijn blad nooit verliest. De bladeren zitten 2 tot 5 jaar aan de takken. Dan worden ze bruin en vallen af. Elk jaar wordt zo een deel van het blad vervangen. Het afgevallen blad verteert moeilijk en houdt de bodem lang bedekt. Vrijwel niets kan daarin kiemen, behalve nieuwe hulst.

Wie hulst in de tuin heeft zal wel eens gemerkt hebben hoe stevig dat bruine blad nog is en hoe venijnig het blijft prikken. Hulstbladeren hebben scherpe tanden, die afwisselend naar boven, naar buiten en naar beneden zijn gericht.

Daarmee lijkt het zich uitstekend te kunnen wapenen tegen vraat. Als de plant ouder wordt worden de bladeren minder getand, zelfs tot gaafrandig. Het is niet duidelijk waarom dat zo is, temeer daar ook de scherpe bladeren toch wel gegeten worden.

Wie in elk geval van het hulstblad eet is de larve van een klein zwart vliegje. Dit vliegje legt een ei in het blad, tussen de beschermende boven- en onderlaag. Het larfje dat uit het ei komt gaat het bladmoes opeten. Er verschijnt dan een lichte vlek waar het bladgroen is verdwenen. Zo’n insect heet een mineerder. Het is niet schadelijk en de plant is niet ziek.


Mannelijk exemplaar

Het kan zijn dat de hulst in je tuin jaar in jaar uit prachtig bloeit en toch geen bessen draagt. Helaas, dan is het een mannelijk exemplaar.

Weliswaar hebben de bloemen zowel meeldraden als een stamper, maar bij de ene struik ontwikkelen zich alleen de mannelijke stuifmeeldraden, de andere draagt de stampers met het vruchtbeginsel, dat uit kan groeien tot een bes.

Hoewel de bloemen dus tweeslachtig lijken, zijn ze in de praktijk eenslachtig en is hulst tweehuizig, dat wil zeggen dat er voor de twee geslachten ook twee huizen zijn en ze niet beiden ‘in één huis wonen’. Ook wilg bijvoorbeeld heeft aparte vrouwelijke en mannelijke bomen. Bij eik en beuk zijn de bloemen wel óf vrouwelijk óf mannelijk, maar beide soorten bloemen komen op dezelfde boom voor. De bloem is dan eenslachtig en de plant is eenhuizig.

Ook in de heemtuin komt hulst voor. In het bos is het spontane ondergroei onder de bomen.

Bij de bijenstand zijn wat hulsten aangeplant omdat ze beschutting geven tegen de wind, maar ook omdat de bloemen nectar leveren in mei/ juni en een goede voedselbron zijn voor de bijen.

De bessen zijn giftig voor mensen. Niet voor vogels, maar dol zijn ze er niet op. Daarom blijven ze gelukkig vaak hangen tot eind december.




Tekst Loes van der Meij, foto’s Emmy Meijers


De bessen hangen lang aan de struik

Hulst

Vrouwelijke bloemen van hulst
 
Mannelijke bloemen van hulst
 
Mineerder op hulst