Het bos

Sinds 1978 is het beheer van het bos in de heemtuin erop gericht om het productiebos van grove dennen om te vormen tot een meer natuurlijk bos. Dit omvormen wordt gedaan door gevarieerd te dunnen in de grove dennen. Bij dunning komt er meer licht op de bodem waardoor soorten als eik, berk, lijsterbes, krentenboompje, vuilboom en hulst zich vanuit zaden kunnen ontwikkelen.

In de loop der tijd zal zich hier een eikenberkenbos gaan ontwikkelen en de opstand van grove dennen vervangen. Het zal echter nog wel 80 tot 100 jaar duren voordat we een goed ontwikkeld eikenberkenbos aan zullen treffen. In het zuidwestelijk deel komen ook beuk, hazelaar, boskriek en es op. Hier zal zich vermoedelijk een eikenbeukenbos ontwikkelen, wat over het algemeen soortenrijker is dan een eikenberkenbos.

Bomen die omwaaien of dood gaan blijven zo veel mogelijk in het bos liggen.

Dood hout is een belangrijke basis voor de voedselkringloop.

In een natuurlijk bos is de begroeiing uit meerdere lagen opgebouwd; boomlaag, struiklaag, kruidlaag en moslaag.

In het bos zult u op plaatsen waar veel licht op de bodem komt, plekken vinden met grassen en boskruiden zoals robertskruid, hennepnetel en vingerhoedskruid.


 

Biotopen