Midden op het grasland staat de bijenstand met een aantal kasten. In elke kast is plaats voor een bijenvolk met een koningin en tienduizenden werkbijen.

De bijen verzamelen nectar en stuifmeel uit de bloemen. In het voorjaar vinden de bijen de meeste bloemen op het schrale grasland, in de zomer op de akker en vanaf augustus halen ze nectar op de heide.

In het bos bezoeken ze de bramen en bloeiende vuilbomen. De bijen slaan de nectar als honing op in de raten die ze in de kasten bouwen.

In het najaar wordt de honing door de imkers verzameld. De bijen krijgen daarvoor in de plaats een suikeroplossing waarmee ze de winter door kunnen komen.

 

Biotopen

De Bijenstand