Wie perse iemand wil uitschelden kan goed inspiratie opdoen in een paddenstoelengids. De naamgevers van paddenstoelen waren creatieve geesten. Meestal houdt de naam verband met het uiterlijk, de geur of de smaak van de paddenstoel. Dat laatste is riskant, want hoe is in dat geval de giftige vezelkop aan zijn naam gekomen? Proefondervindelijk?

Bij een paddenstoelexcursie is een van de meest gestelde vragen: ‘Kun je die eten?’ Het antwoord daarop is: ‘Ja’, met de aantekening dat je sommige soorten maar een maal kunt eten. Een enkele soort is dodelijk giftig, verder valt de giftigheid van de meeste paddenstoelen wel mee, maar echt smakelijk zijn er maar een paar, en dan alleen in een jong stadium. Aangezien een paddenstoel van twee weken al hoogbejaard is, moge duidelijk zijn dat in het wild plukken en eten risicovol is.

Vroeger was de paddenstoelenwereld een geheimzinnig gebeuren. Op een ochtend lagen er in het bos ineens een soort eieren, half begraven. Een paar weken later kwamen daar vliegen aantrekkende stinkzwammen uit tevoorschijn, de Latijnse naam Fallus impudicus zegt genoeg (impudicus betekent: onbeschaamd). Hier moest de duivel wel achter zitten. De eieren heten dan ook duivelseieren.

Tot de verbeelding sprak ook de heksenkring. Rond de plek waar heksen ’s nachts hadden gedanst stond de volgende dag een kring paddenstoelen. Het prozaïsche verhaal daarachter is, dat een paddenstoel het vruchtlichaam is van een schimmel die onder de grond groeit. Vanuit een centrum groeien schimmeldraden alle kanten op. Als de temperatuur en vochtigheid geschikt zijn om vruchten te laten ontstaan gebeurt dat aan het eind van die schimmeldraden, allemaal tegelijk en op ongeveer dezelfde afstand tot het centrale punt. Dit kan alleen bij schimmels die in de humuslaag leven. Veel paddenstoelen leven op dood hout, als je die op een rij ziet staan ligt er vast een dode boomwortel of tak onder het oppervlak.

Het woord paddenstoel zelf verwijst al naar de duivel, omdat de duivel vroeger vaak in de gedaante van een pad verscheen. Elvenbankje klinkt romantischer, evenals ‘kaboutervuurtje’, dat eigenlijk kleverig koraalzwammetje heet.

Knotsvormige, zwarte groeisels die omhoog komen uit boomstronken kregen de naam dodemansvingers. De trilzwam die in vlieren groeit, bij regenachtig weer opzwelt en dan op een oor lijkt heet Judasoor; het verwijst naar Judas, die zich na zijn verraad zou hebben opgehangen aan een vlier.

De vliegenzwam heeft zijn naam te danken aan het feit dat het witgestippelde rode vel, gedrenkt in een schoteltje melk, vliegen aantrekt, die dat niet overleven al ze ervan drinken. Die vliegenzwam is een giftige paddenstoel; mensen gaan er niet direct dood aan, maar krijgen wel allerlei nare verschijnselen, waaronder hallucinaties. Zo zou je het woord vliegenzwam ook kunnen uitleggen: na het eten ervan voelt het  alsof je op een bezemsteel door de storm vliegt, terug bij de heksen.

Samengevat is het mooi om in de herfst met de ogen te genieten van alle verschillende vormen en kleuren paddenstoelen. Bijvoorbeeld in de heemtuin: www.heemtuinmalden.nl

Wie er trek van krijgt: haal de champignons of oesterzwammen in de winkel!



Tekst Loes van der Meij, foto’s Emmy Meijers


Dodemansvingers of Houtknotszwam
 
Vliegenzwam
 


Kaboutervuurtje of kleverig koraalzwammetje
 

Vettige diksteel,


giftige vezelkop!

Heksenkring van nevelzwammen


Stinkzwam