Bij de watertjes in de Heemtuin Malden is de jaarlijkse vliegshow bezig. Een kleurig, zomers spektakel, uitgevoerd door libellen. Er zijn rode, groene, blauwe en bruine exemplaren, effen of met een patroontje, klein of groot. De grote soorten worden echte libellen genoemd. Ook in rust houden zij de vier vleugels opzij. De kleine zijn juffers, zij kunnen de vleugels op hun rug leggen. Alle libellen zijn rovers, ze hebben grote, bolle ogen die uit duizenden deeltjes (facetten) bestaan en waarmee ze tegelijk voor, achter en opzij hun prooien kunnen waarnemen. De vliegjes en muggen vangen ze met hun poten. De mannetjes van de echte libellen hebben vaak een territorium dat ze verdedigen tegen rivalen. Om te paren pakt het mannetje het vrouwtje vast net achter haar kop met het uiteinde van zijn lijf. Zijn sperma heeft hij opgeborgen in het tweede segment van zijn achterlijf, waar het vrouwtje het kan opnemen door haar achterlijf ernaartoe te buigen. Bij het afzetten van de eitjes blijft het mannetje haar vasthouden. Ze vliegen als een tandem over het water terwijl het vrouwtje haar eieren afzet in plantenstengels, bladeren of modder net onder het wateroppervlak. Paren is het voornaamste doel van de volwassen libellen. Vier tot acht weken nadat ze zijn uitgeslopen sterven ze.

Dat uitsluipen is een bijzonder gebeuren. Omdat een insect een uitwendig skelet heeft kan hij niet geleidelijk groter worden. Hij leeft als het ware in een ruime jas die na een tijdje te krap wordt. De jas knapt open en daaronder zit een nieuwe, ruimere. Zo vervelt hij wel 10-15 keer. De larve van een libel leeft in het water en doet 1 tot 5 jaar over zijn kindertijd. Ook die larve is een rover. Hij leeft van kikkervisjes en muggenlarven. Maar dan is het moment daar, dat hij volwassen gaat worden. Veel insecten worden dan een pop: ze keren terug in een soort ei-stadium, waarin ze volledig van gedaante wisselen. Een rups lijkt in niets op de vlinder die hij later wordt. Bij libellen is er geen popstadium, de larve gaat bij iedere vervelling een beetje meer op een volwassen dier lijken, alleen heeft hij nog geen vleugels. Dat gebeurt bij de laatste vervelling. De larve kruipt langs een plantenstengel omhoog uit het water. Er ontstaat een gat in het pantser op de rug. De volwassen libel begint zich uit dat gat te werken: zijn kop, de zes poten en het lijf. Dat wordt uitsluipen genoemd. Met zijn nieuwe poten houdt hij zich vast aan de stengel. De vleugels zijn nog klein en nat. Die moeten worden opgepompt en ze moeten drogen. De libel is dan erg kwetsbaar en een makkelijke prooi, bijvoorbeeld voor zwaluwen. Als hij droog is en niet opgegeten kan het volwassen bestaan beginnen. De laatste oude jas blijft achter op de stengel tot hij wegwaait.

Kom maar eens kijken in de heemtuin hoeveel soorten er vliegen.


Wat er nog meer te beleven is staat op de website: www.heemtuinmalden.nl



Tekst Loes van der Meij, foto’s Emmy Meijers


Vliegshow

Nu is een libelle op zijn kwetsbaarst
 

Viervlek laat vleugels afharden

 
Opwarmen in de zon